HET NIEUWE HOUTSTOKEN

Wanneer komt het moment om de houtkachel te gaan gebruiken/in te zetten? Afhankelijk van de weersomstandigheden, is het beter om een houtkachel bij koud weer te stoken, dus later in het seizoen. Ook op dagen met zonneschijn kan een houtkachel beter op Nul blijven. Door met deze aanbeveling te gaan houtstoken brandt een houtkachel beter en ‘past’ de warmte ervan het best.

Waardevolle stookadviezen voor houtkachelbezitters, om van minder brandhout toch meer
warmte te krijgen.

  1. Beter houtstoken wordt bereikt door de luchttoegang(en) van de kachel wijd open te
    zetten en in de schoorsteen een temperatuur van ± 150 gr. C aan te houden. Met een
    thermometer op de kachelpijp wordt de temperatuur gemeten.
  2. Het aansteken gebeurt bovenóp de houtstapel, m.b.v. een aanmaakblokje bij de kleine
    houtjes. Deze verbranden gemakkelijk en dat is van belang voor het warm maken van de
    schoorsteen. Een fel vuur met zuurstofoverschot is goed, maar een groot vuur is niet
    nodig, onwenselijk zelfs. Dikke stukken hout vertragen de ontwikkeling van een
    houtvuur, terwijl de dunne het vuur verhevigen.
  3. Het houtvuur krijgt zijwaarts verbrandingslucht/zuurstof toegevoerd, niet onderlangs via een
    rooster. Als het vuur eenmaal brandt mag het niet worden verstoord door het met de
    luchtschuiven te regelen. Er wordt met bijvullen gewacht tot de vlammen uitgebrand zijn en er
    alleen nog gloeiende kooltjes achterblijven.
  4. Pas in dit gloeistadium kan er nieuw brandhout bij en dit wordt nu tégen de hete
    kooltjes aan geschoven. In dezelfde beweging worden de kooltjes mee opzij of naar
    achteren geschoven. Hout aanschuiven (dus niet opstapelen) resulteert in een
    gelijkmatiger vuur, ‘een lopend vuurtje’. De luchtschuiven blijven wijd open.
  5. Op een vloer bedekt met stenen gloeien de kooltjes langer na dan op een rooster en hoeft er
    minder snel hout bijgeschoven te worden. Het aanschuiven wordt herhaald, echter steeds
    pas nadat de vlammen uitgebrand zijn.
  6. Door er regelmatig een houtblok bij/aan te schuiven blijft de schoorsteen ook op
    temperatuur. Het beste werkt dit met hout dat vooraf is geselecteerd op soort en dikte.
    Het vuur beslist niet afregelen met de luchtschuiven!
  7. Beter stoken betekent vaker en veelal dunner hout gebruiken. Brandhout op ‘polsdikte’ is
    een standaard. Dikkere blokken mogen best nóg een of twee keer worden gekloofd. Alleen
    van een harsrijke houtsoort mag zo ‘n blok dik blijven.
  8. Op een stenen vloer kan met het aanschuiven van hout al uren eerder worden gestopt.
    De schoorsteentemperatuur is dan niet meer belangrijk en na het uitgloeien kunnen de
    luchtschuiven dicht. Gedurende onbewaakte perioden mag er geen vuur branden!
  9. De asresten dienen regelmatig en in koude toestand te worden verwijderd.

Bewuste handelingen verbeteren het stookproces. Hierdoor daalt het houtverbruik en stijgt de
warmtebenutting. Evenredig daaraan verdwijnt de rookontwikkeling.